voeding    onderweg    drinken    kleding    training    materiaal    techniek & tactiek
 
Voeding <<  
Wij trainen vaak om 9.30 uur en trainen vaak 3 uur zonder tussenstop. Om toch voldoende brandstof mee te nemen is het verstandig om al om 8.00 uur aan het ontbijt te zitten en uiterlijk om 8.30 uur hiermee klaar te zijn, zodat je nog de tijd hebt het eten te verteren.

Zelf eet ik (Harry) vaak havermout, daar zitten veel koolhydraten en weinig vetten in. Klaarmaken met warme melk en honing. Maar niet iedereen verteerd dit even goed. Een ander goed ontbijt een (zilvervlies)rijst met boter en suiker. Handig zijn die builtjes, op 1 builtje houd ik het over het algemeen makkelijk 3 uur vol. Andere opties zijn: pasta (ligt zwaarder op de maag) en brood (iets minder energierijk).   Behalve havermout kun je ook Brinta nemen. Volgens Harry zet dat wat minder zoden aan de dijk dan havermout, maar als je het dik genoeg maakt is het een goed ontbijt.

Let op: Na het eten liever een half uur niet drinken, dan verteer je het beter!

   
     

Onderweg eten

<<  

Op tijd eten en drinken voorkomt dat je uitgeput raakt. Je moet voorkomen dat je de  "hongerklop" krijgt. Onderweg heb je voeding nodig dat makkelijk is in te nemen en dat direct effect heeft. Goede producten zijn: bananen. müsli repen, rijstkoekjes, plakken ontbijtkoek. Ook de repen van PowerBar, Isostar, EAS, Maxim etc. zijn goed. Nadeel hiervan is dat relatief duur zijn.

Bij een lange en/of zware training, toertocht of wedstrijd kun je ook gebruik maken van gels. Deze zitten in knijpverpakkingen. Ze zijn meestal erg zoet. Je moet er wel voldoende water bij drinken, anders is de kans groot dat je last van je maag krijgt.

 
          
Drinken
Harry heeft de afgelopen 10 jaar van alles en nog wat geprobeerd en vind gewone Roosvicee nog altijd het beste. 's Winter een zoete drank maken en 's zomers goed verdunnen bevalt hemgoed.

Het drinken van isotone dranken geeft ook energie. Sommigen krijgen er echter vaak oprispingen van. Daarnaast zijn er diverse poeders in de handel die je met water moet mengen. Ook hiervan krijg je extra energie binnen. Sommigen werken echter alleen maar als placebo.

 

<<
     
Kleding <<  

We wonen in een land waar het weer nogal eens veranderlijk kan zijn. Daar moet je rekening mee houden. Stelregel is dat je niet te koud, maar ook zeker niet te warm aangekleed moet zijn. Bedenk dat je door de inspanning ook automatisch warmer wordt. Doe iets aan wat bij de start als "net te koud" aanvoelt. Als je dan een tijdje op weg bent zal het door steiging van lichaamstemperatuur als "precies goed" aanvoelen. Met behulp van arm- en beenstukken kun je wat beter inspelen op schommelingen van temperatuur, je kunt ze relatief gemakkelijk onderweg aan en uit trekken.

In het algemeen kun je 15 graden celsius als grens hanteren. Is het kouder draag dan lange mouwen en beenstukken. Is het warmer dan blote benen en armen. Vaak wordt ook voor 18 graden als grens gekozen. Uiteraard spelen ook de mate van zonneschijn, wind en buien een grote rol in kledingkeuze.

 

     
Training <<  

Om een citaat van Harm Kuipers aan te halen: "Training is pas effectief als het specifiek is". Je traint om je vermogen op één of meerdere gebieden te verbeteren. Grofweg is de volgende verdeling te maken:

   
 
1. Het vermogen om gedurende korte tijd een hoog tempo te rijden
Dit gebeurd door in intervallen van 2 á 3 minuten maximaal te rijden, dan 4 tot 6 minuten rustig te rijden en daarna weer 2 tot 3 minuten maximaal. De pols moet vrijwel maximaal zijn,. Herhaal deze cyclus  bijvoorbeeld 4 of 5 keer. Andere verdelingen zijn uiteraard ook mogelijk. Doe deze trainingsvorm regelmatig, in elk geval 2 tot 3 keer per week.
 
2. Het sprintvermogen
Dit kan eigenlijk alleen maar getraind worden door echt te gaan sprinten gedurende een trainingsrit. Een paar keer per training is al voldoende. Probeer om competitie element in te bouwen.
 

3. Het vermogen om lang in een hoog tempo te tijden

Anders dan bij punt 1 is de pols maximaal 90% en zijn de intervallen waarin in hoog tempo wordt gereden langer (bijv 6 minuten). Ook de rustige stukken zijn echter langer. Herhaal dit 5 tot 10 keer gedurende de training. Train ook deze vorm 2 tot 3 keer per week.
 
4. Het duurvermogen
Dit is alleen te trainen door veel kilometers te maken. Er hoeft niet hard te worden gereden, 70 tot 80% van de maximale pols. De te rijden afstand moet iets groter zijn dan de afstanden die je in een wedstrijd rijdt. Probeer ook in de duurtraining niet constant met dezelfde snelheid te rijden.
 
Hoe meet ik mijn maximale pols (hartslag)?  
Zoals je hierboven hebt gezien is het van belang om je maximale pols te weten om de verschillende trainingsvormen te kunnen doen. Doe een warming up van 10 tot 15 minuten. Daarna moet je een tempo rijden dat je maar net en niet lang (maximaal 2 minuten) kunt volhouden. Lees op je hartslagmeter nog tijdens het rijden van de laatste maximale inspanningsmeters (en niet daarna!) de hartslag af. Dat is je maximale pols. Let op: de maximale pols is niet hetzelfde als je omslagpols. De omslagpols is de hartslag waarna je begint te verzuren. De verbranding van de energie in de spieren kost dan meer zuurstof dan je hebt met als gevolg dat melkzuur de spieren verzuurt.
Herstel    
Eén van de belangrijkste elementen van een goede trainingsopbouw is herstel. Het effect van de training treedt op in de herstelfase. Na een volledig herstel ben je op een hoger niveau beland. Door trainingen daarna en een volgende herstelfase wordt je nog beter. Zo bouw je dus je  "vorm" op.    
     
Materiaal <<  
Wordt nog verder uitgewerkt....    
     
Techniek & Tactiek <<  
Wordt nog verder uitgewerkt....